Language / Taal / Sprache / Langue

Perranporth

St Piran’s kruis en het tinwonder

Te midden van de stille zandduinen Penhale Sands tussen Perranporth en Newquay, liggen de sporen van Saint Piran, de patroonheilige van Cornwall.

Volgens de legende werd de Ierse monnik op zee afgedreven en op wonderlijke wijze gered, waarna hij hier in het zand zijn kleine kapel stichtte. Het keltisch kruis van Sint Piran is ruim twee meter hoog en was al een herkenningspunt toen het vermeld werd in het handvest van koning Edgar uit 906.

Hier, zo vertelt de legende, ontdekte Sint Piran ook het geheim van het tin: op zijn haardsteen vloeide plots een stroom wit metaal uit zwart gesteente. Uit dat beeld ontstond de vlag van Cornwall: een wit kruis op een zwart veld. Zo werd Piran niet alleen de beschermheilige van de tinmijnwerkers, maar ook van heel Cornwall, dat in dit symbool zijn ziel herkent.

Wie was St Piran?

Volgens de overlevering was Piran een Ierse monnik uit de vijfde of zesde eeuw. Hij zou uit de Ierse provincie Munster afkomstig zijn en vanwege zijn christelijk geloof vervolgd zijn. Een bekende legende vertelt dat hij met een molensteen om zijn hals in zee werd geworpen. Wonderbaarlijk bleef hij drijven en spoelde hij aan op de noordkust van Cornwall, bij het huidige Perranporth. 

Op deze plek in de duinen bouwde hij een eenvoudig oratorium, een kleine vroegmiddeleeuwe kapel, van waaruit hij het christelijk geloof verspreidde en een gemeenschap van gelovigen samenbracht. St Piran’s Oratorium wordt beschouwd als een van de oudste vrijwel intact bewaarde christelijke gebouwen van Groot-Brittannië. Het dateert waarschijnlijk uit de 7e of 8e eeuw en stond eeuwenlang volledig onder het stuivende zand begraven. Pas in de negentiende eeuw werd het opnieuw ontdekt.

St Piran is de patroonheilige van Cornwall, van de Cornische identiteit en cultuur in het algemeen en van de tinmijnwerkers in het bijzonder. Zijn feestdag, St Piran's Day op 5 maart, wordt nog steeds uitbundig gevierd.