Liederen die blijven dragen
Na een tijdje begon ik mij tijdens mijn tocht af te vragen waarom bijna iedereen in een Britse kerk de hymnes moeiteloos lijkt mee te zingen. Nauwelijks zijn de eerste noten ingezet of de stemmen vallen vanzelf in, alsof de melodieën al lang in de ruimte aanwezig waren en alleen nog wakker gemaakt moesten worden.
Het antwoord ligt niet alleen in het geloof zelf, maar ook in de Britse geschiedenis. Hymnes waren eeuwenlang veel meer dan kerkmuziek. Ze werden gezongen in dorpskerken en kapellen, maar ook op school, bij oogstfeesten, tijdens herdenkingen, huwelijken en begrafenissen. Generaties groeiden ermee op. Sommige liederen werden zo vertrouwd dat ze een deel van het collectieve geheugen werden. Ze hoorden eenvoudigweg bij het leven.
In de rooms-katholieke liturgie speelde het Latijn lange tijd een grotere rol, met ondermeer gregoriaanse en vaste liturgische gezangen. Vanaf de achttiende eeuw gaven Engelse geestelijken het kerklied een nieuwe vorm. Ze schreven liederen in een taal die gewone mensen rechtstreeks aansprak. Geen ingewikkelde teksten voor een koor alleen, maar woorden en melodieën die een hele gemeenschap kon dragen. Later werden grote hymnebundels in heel Groot-Brittannië gebruikt en groeide de Britse hymnentraditie langzaam uit tot een gedeeld cultureel geheugen.
Op mijn pelgrimstocht voelde ik dat zowel tijdens de dankviering na het overlijden van Queen Elizabeth bij het ingetogen zingen van Praise my Soul the King of Heaven, als in St Eval, waar Come, Ye Thankful People, Come door iedereen leek gekend en vreugdevol gezongen te worden.